Aap in pak

Aap in pak

Aap in pak

Aap in pak

Aap in pak

Grounded SF from
the Netherlands
and Flanders

Grounded SF from
the Netherlands
and Flanders

Grounded SF from
the Netherlands
and Flanders

AUTHOR

Nicky Runge

PITCH

Nadat Li Yin, hoofdcurator en mijn manager, akkoord was met de bezorgingsvoorwaarden, zagen we hoe de robots langzaam de witte ruimte van het museum vulden. Yin leek niet onder de indruk van het feit dat we van de ethiekcommissie verplicht waren de robots als menselijke kandidaten te registreren. Want als het lijkt op een eend, als het kwaakt als een eend en als het waggelt als een eend, waarom zou het dan geen eend zijn?


Voelde het alsof de tijd toenam in snelheid?
Voelde het alsof je gedachten toenamen in snelheid?
Kwamen herinneringen aan je verleden naar boven?
Voelde het alsof je de oneindigheid van het universum plotseling begreep?*

Voelde het alsof de tijd toenam in snelheid?
Voelde het alsof je gedachten toenamen in snelheid?
Kwamen herinneringen aan je verleden naar boven?
Voelde het alsof je de oneindigheid van het universum plotseling begreep?*

Voelde het alsof de tijd toenam in snelheid?
Voelde het alsof je gedachten toenamen in snelheid?
Kwamen herinneringen aan je verleden naar boven?
Voelde het alsof je de oneindigheid van het universum plotseling begreep?*

Voelde het alsof de tijd toenam in snelheid?
Voelde het alsof je gedachten toenamen in snelheid?
Kwamen herinneringen aan je verleden naar boven?
Voelde het alsof je de oneindigheid van het universum plotseling begreep?*

Voelde het alsof de tijd toenam in snelheid?
Voelde het alsof je gedachten toenamen in snelheid?
Kwamen herinneringen aan je verleden naar boven?
Voelde het alsof je de oneindigheid van het universum plotseling begreep?*

'Ik lees de laatste regel van mijn boek – iets over metafysische claustrofobie en het gebrek aan vertrouwen om voor altijd dezelfde persoon te kunnen zijn – en sla het dicht. Het is warm in Singapore en in het café in Arab Street staat de ober erop dat de muntthee vandaag van het huis is.
‘Inshallah,’ zegt hij. ‘Morgen betaal jij weer.’
We laten ons schaakspel staan in de positie waarin we het staakten. Mijn paard op E3, zijn koningin A5. Terwijl ik mijn spullen bijeenraap, verplaatst de ober het wiebelende bord met uiterste precisie naar het raamkozijn. Het glanzende mahoniehout smelt in het zonlicht samen met zijn handen. Wanneer ik opkijk verblindt voor een moment een felle glans mijn ogen en ik zie vervolgens hoe een gele auto voor het café parkeert.
 
‘Ik wil dat je ze met eigen ogen ziet,’ zegt Jahid later, één hand aan het stuur. Met de andere betaalt hij de parkeerplek via een applicatie op zijn telefoon – iPhone, Saab 9-3, 2,90 Singaporese dollar – terwijl hij de straat uit rijdt. Zijn lange, zwarte haar wappert lichtjes mee met de wind die zich door het raam de auto binnendringt en ik realiseer me dat ik nog steeds de eerste persoon ben aan wie hij zijn werk wil laten zien. We zijn in de twaalfde en laatste maand van onze samenwerking en nu vier maanden uit elkaar. Het voelt nog steeds vreemd om met een ex samen te werken, vooral wanneer die een robotingenieur is die robots met een menselijk brein probeert te maken geïnspireerd op jouw brein.
‘Ze lijken net echt’, zegt hij vervolgens, ogen gericht op het verkeer. We rijden langs een stripclub met felgekleurd neonbord. 24/7 REAL GIRLS, knippert het agressief. ‘De decorbouwers hebben deze keer zelfs hun best gedaan op de achtergrond in de zaal. Net een Rothko.’
‘Alles lijkt op een Rothko als je hard genoeg met je ogen knijpt,’ antwoord ik.
 
Twee weken geleden, nadat Li Yin, de hoofdcurator en mijn manager, akkoord was met de bezorgingsvoorwaarden, werden ze een voor een binnengebracht. Grote kartonnen dozen die langzaam de witte kubus van de zaal vulden.
‘Wanneer halen we ze uit de verpakking?’ vroeg ik aan haar.
‘Nadat we toestemming hebben gekregen van de ethiekcommissie dat we ze ook daadwerkelijk mogen gebruiken,’ antwoordde ze, licht geërgerd.
Ze leek niet onder de indruk van het feit dat we verplicht waren om bij de ethiekcommissie de robots als menselijke deelnemers te registreren.
 
Het bord hangt al buiten wanneer Jahid en ik het museum binnenlopen. De Chinese Kamer wappert zachtjes in zwart, 24-pixel Helvetica op het witte doek boven de ingang.
‘Mooi,’ zegt Jahid.
We hebben een vormgever vijftienhonderd Singaporese dollar betaald voor het ontwerp. Het lettertype is precies hetzelfde als de standaardinstelling op mijn laptop.
‘Passend, ja,’ antwoord ik.
De biometrische gezichtsherkenning hangend aan de deur van de voorstellingszaal bliept tweemaal wanneer we ons hoofd ervoor hangen. Eerst voor Jahid en daarna voor mij.
 
Ken je de grap van de curator en de robot? De curator met een hoofd vol veronderstellingen maakt voor het eerst kennis met een zelfbewuste robot wanneer ze een samenvatting voor een tentoonstelling moet schrijven. Vervolgens spendeert de curator een maand in een robotlab tussen de robots en schrijft een samenvatting gevuld met ‘maar’ en ‘echter’. Uiteindelijk spendeert de curator een jaar in een robotlab samen met de ingenieurs en komt terug zonder tekst.

'Ik lees de laatste regel van mijn boek – iets over metafysische claustrofobie en het gebrek aan vertrouwen om voor altijd dezelfde persoon te kunnen zijn – en sla het dicht. Het is warm in Singapore en in het café in Arab Street staat de ober erop dat de muntthee vandaag van het huis is.
‘Inshallah,’ zegt hij. ‘Morgen betaal jij weer.’
We laten ons schaakspel staan in de positie waarin we het staakten. Mijn paard op E3, zijn koningin A5. Terwijl ik mijn spullen bijeenraap, verplaatst de ober het wiebelende bord met uiterste precisie naar het raamkozijn. Het glanzende mahoniehout smelt in het zonlicht samen met zijn handen. Wanneer ik opkijk verblindt voor een moment een felle glans mijn ogen en ik zie vervolgens hoe een gele auto voor het café parkeert.
 
‘Ik wil dat je ze met eigen ogen ziet,’ zegt Jahid later, één hand aan het stuur. Met de andere betaalt hij de parkeerplek via een applicatie op zijn telefoon – iPhone, Saab 9-3, 2,90 Singaporese dollar – terwijl hij de straat uit rijdt. Zijn lange, zwarte haar wappert lichtjes mee met de wind die zich door het raam de auto binnendringt en ik realiseer me dat ik nog steeds de eerste persoon ben aan wie hij zijn werk wil laten zien. We zijn in de twaalfde en laatste maand van onze samenwerking en nu vier maanden uit elkaar. Het voelt nog steeds vreemd om met een ex samen te werken, vooral wanneer die een robotingenieur is die robots met een menselijk brein probeert te maken geïnspireerd op jouw brein.
‘Ze lijken net echt’, zegt hij vervolgens, ogen gericht op het verkeer. We rijden langs een stripclub met felgekleurd neonbord. 24/7 REAL GIRLS, knippert het agressief. ‘De decorbouwers hebben deze keer zelfs hun best gedaan op de achtergrond in de zaal. Net een Rothko.’
‘Alles lijkt op een Rothko als je hard genoeg met je ogen knijpt,’ antwoord ik.
 
Twee weken geleden, nadat Li Yin, de hoofdcurator en mijn manager, akkoord was met de bezorgingsvoorwaarden, werden ze een voor een binnengebracht. Grote kartonnen dozen die langzaam de witte kubus van de zaal vulden.
‘Wanneer halen we ze uit de verpakking?’ vroeg ik aan haar.
‘Nadat we toestemming hebben gekregen van de ethiekcommissie dat we ze ook daadwerkelijk mogen gebruiken,’ antwoordde ze, licht geërgerd.
Ze leek niet onder de indruk van het feit dat we verplicht waren om bij de ethiekcommissie de robots als menselijke deelnemers te registreren.
 
Het bord hangt al buiten wanneer Jahid en ik het museum binnenlopen. De Chinese Kamer wappert zachtjes in zwart, 24-pixel Helvetica op het witte doek boven de ingang.
‘Mooi,’ zegt Jahid.
We hebben een vormgever vijftienhonderd Singaporese dollar betaald voor het ontwerp. Het lettertype is precies hetzelfde als de standaardinstelling op mijn laptop.
‘Passend, ja,’ antwoord ik.
De biometrische gezichtsherkenning hangend aan de deur van de voorstellingszaal bliept tweemaal wanneer we ons hoofd ervoor hangen. Eerst voor Jahid en daarna voor mij.
 
Ken je de grap van de curator en de robot? De curator met een hoofd vol veronderstellingen maakt voor het eerst kennis met een zelfbewuste robot wanneer ze een samenvatting voor een tentoonstelling moet schrijven. Vervolgens spendeert de curator een maand in een robotlab tussen de robots en schrijft een samenvatting gevuld met ‘maar’ en ‘echter’. Uiteindelijk spendeert de curator een jaar in een robotlab samen met de ingenieurs en komt terug zonder tekst.

'Ik lees de laatste regel van mijn boek – iets over metafysische claustrofobie en het gebrek aan vertrouwen om voor altijd dezelfde persoon te kunnen zijn – en sla het dicht. Het is warm in Singapore en in het café in Arab Street staat de ober erop dat de muntthee vandaag van het huis is.
‘Inshallah,’ zegt hij. ‘Morgen betaal jij weer.’
We laten ons schaakspel staan in de positie waarin we het staakten. Mijn paard op E3, zijn koningin A5. Terwijl ik mijn spullen bijeenraap, verplaatst de ober het wiebelende bord met uiterste precisie naar het raamkozijn. Het glanzende mahoniehout smelt in het zonlicht samen met zijn handen. Wanneer ik opkijk verblindt voor een moment een felle glans mijn ogen en ik zie vervolgens hoe een gele auto voor het café parkeert.
 
‘Ik wil dat je ze met eigen ogen ziet,’ zegt Jahid later, één hand aan het stuur. Met de andere betaalt hij de parkeerplek via een applicatie op zijn telefoon – iPhone, Saab 9-3, 2,90 Singaporese dollar – terwijl hij de straat uit rijdt. Zijn lange, zwarte haar wappert lichtjes mee met de wind die zich door het raam de auto binnendringt en ik realiseer me dat ik nog steeds de eerste persoon ben aan wie hij zijn werk wil laten zien. We zijn in de twaalfde en laatste maand van onze samenwerking en nu vier maanden uit elkaar. Het voelt nog steeds vreemd om met een ex samen te werken, vooral wanneer die een robotingenieur is die robots met een menselijk brein probeert te maken geïnspireerd op jouw brein.
‘Ze lijken net echt’, zegt hij vervolgens, ogen gericht op het verkeer. We rijden langs een stripclub met felgekleurd neonbord. 24/7 REAL GIRLS, knippert het agressief. ‘De decorbouwers hebben deze keer zelfs hun best gedaan op de achtergrond in de zaal. Net een Rothko.’
‘Alles lijkt op een Rothko als je hard genoeg met je ogen knijpt,’ antwoord ik.
 
Twee weken geleden, nadat Li Yin, de hoofdcurator en mijn manager, akkoord was met de bezorgingsvoorwaarden, werden ze een voor een binnengebracht. Grote kartonnen dozen die langzaam de witte kubus van de zaal vulden.
‘Wanneer halen we ze uit de verpakking?’ vroeg ik aan haar.
‘Nadat we toestemming hebben gekregen van de ethiekcommissie dat we ze ook daadwerkelijk mogen gebruiken,’ antwoordde ze, licht geërgerd.
Ze leek niet onder de indruk van het feit dat we verplicht waren om bij de ethiekcommissie de robots als menselijke deelnemers te registreren.
 
Het bord hangt al buiten wanneer Jahid en ik het museum binnenlopen. De Chinese Kamer wappert zachtjes in zwart, 24-pixel Helvetica op het witte doek boven de ingang.
‘Mooi,’ zegt Jahid.
We hebben een vormgever vijftienhonderd Singaporese dollar betaald voor het ontwerp. Het lettertype is precies hetzelfde als de standaardinstelling op mijn laptop.
‘Passend, ja,’ antwoord ik.
De biometrische gezichtsherkenning hangend aan de deur van de voorstellingszaal bliept tweemaal wanneer we ons hoofd ervoor hangen. Eerst voor Jahid en daarna voor mij.
 
Ken je de grap van de curator en de robot? De curator met een hoofd vol veronderstellingen maakt voor het eerst kennis met een zelfbewuste robot wanneer ze een samenvatting voor een tentoonstelling moet schrijven. Vervolgens spendeert de curator een maand in een robotlab tussen de robots en schrijft een samenvatting gevuld met ‘maar’ en ‘echter’. Uiteindelijk spendeert de curator een jaar in een robotlab samen met de ingenieurs en komt terug zonder tekst.

'Ik lees de laatste regel van mijn boek – iets over metafysische claustrofobie en het gebrek aan vertrouwen om voor altijd dezelfde persoon te kunnen zijn – en sla het dicht. Het is warm in Singapore en in het café in Arab Street staat de ober erop dat de muntthee vandaag van het huis is.
‘Inshallah,’ zegt hij. ‘Morgen betaal jij weer.’
We laten ons schaakspel staan in de positie waarin we het staakten. Mijn paard op E3, zijn koningin A5. Terwijl ik mijn spullen bijeenraap, verplaatst de ober het wiebelende bord met uiterste precisie naar het raamkozijn. Het glanzende mahoniehout smelt in het zonlicht samen met zijn handen. Wanneer ik opkijk verblindt voor een moment een felle glans mijn ogen en ik zie vervolgens hoe een gele auto voor het café parkeert.
 
‘Ik wil dat je ze met eigen ogen ziet,’ zegt Jahid later, één hand aan het stuur. Met de andere betaalt hij de parkeerplek via een applicatie op zijn telefoon – iPhone, Saab 9-3, 2,90 Singaporese dollar – terwijl hij de straat uit rijdt. Zijn lange, zwarte haar wappert lichtjes mee met de wind die zich door het raam de auto binnendringt en ik realiseer me dat ik nog steeds de eerste persoon ben aan wie hij zijn werk wil laten zien. We zijn in de twaalfde en laatste maand van onze samenwerking en nu vier maanden uit elkaar. Het voelt nog steeds vreemd om met een ex samen te werken, vooral wanneer die een robotingenieur is die robots met een menselijk brein probeert te maken geïnspireerd op jouw brein.
‘Ze lijken net echt’, zegt hij vervolgens, ogen gericht op het verkeer. We rijden langs een stripclub met felgekleurd neonbord. 24/7 REAL GIRLS, knippert het agressief. ‘De decorbouwers hebben deze keer zelfs hun best gedaan op de achtergrond in de zaal. Net een Rothko.’
‘Alles lijkt op een Rothko als je hard genoeg met je ogen knijpt,’ antwoord ik.
 
Twee weken geleden, nadat Li Yin, de hoofdcurator en mijn manager, akkoord was met de bezorgingsvoorwaarden, werden ze een voor een binnengebracht. Grote kartonnen dozen die langzaam de witte kubus van de zaal vulden.
‘Wanneer halen we ze uit de verpakking?’ vroeg ik aan haar.
‘Nadat we toestemming hebben gekregen van de ethiekcommissie dat we ze ook daadwerkelijk mogen gebruiken,’ antwoordde ze, licht geërgerd.
Ze leek niet onder de indruk van het feit dat we verplicht waren om bij de ethiekcommissie de robots als menselijke deelnemers te registreren.
 
Het bord hangt al buiten wanneer Jahid en ik het museum binnenlopen. De Chinese Kamer wappert zachtjes in zwart, 24-pixel Helvetica op het witte doek boven de ingang.
‘Mooi,’ zegt Jahid.
We hebben een vormgever vijftienhonderd Singaporese dollar betaald voor het ontwerp. Het lettertype is precies hetzelfde als de standaardinstelling op mijn laptop.
‘Passend, ja,’ antwoord ik.
De biometrische gezichtsherkenning hangend aan de deur van de voorstellingszaal bliept tweemaal wanneer we ons hoofd ervoor hangen. Eerst voor Jahid en daarna voor mij.
 
Ken je de grap van de curator en de robot? De curator met een hoofd vol veronderstellingen maakt voor het eerst kennis met een zelfbewuste robot wanneer ze een samenvatting voor een tentoonstelling moet schrijven. Vervolgens spendeert de curator een maand in een robotlab tussen de robots en schrijft een samenvatting gevuld met ‘maar’ en ‘echter’. Uiteindelijk spendeert de curator een jaar in een robotlab samen met de ingenieurs en komt terug zonder tekst.

'Ik lees de laatste regel van mijn boek – iets over metafysische claustrofobie en het gebrek aan vertrouwen om voor altijd dezelfde persoon te kunnen zijn – en sla het dicht. Het is warm in Singapore en in het café in Arab Street staat de ober erop dat de muntthee vandaag van het huis is.
‘Inshallah,’ zegt hij. ‘Morgen betaal jij weer.’
We laten ons schaakspel staan in de positie waarin we het staakten. Mijn paard op E3, zijn koningin A5. Terwijl ik mijn spullen bijeenraap, verplaatst de ober het wiebelende bord met uiterste precisie naar het raamkozijn. Het glanzende mahoniehout smelt in het zonlicht samen met zijn handen. Wanneer ik opkijk verblindt voor een moment een felle glans mijn ogen en ik zie vervolgens hoe een gele auto voor het café parkeert.
 
‘Ik wil dat je ze met eigen ogen ziet,’ zegt Jahid later, één hand aan het stuur. Met de andere betaalt hij de parkeerplek via een applicatie op zijn telefoon – iPhone, Saab 9-3, 2,90 Singaporese dollar – terwijl hij de straat uit rijdt. Zijn lange, zwarte haar wappert lichtjes mee met de wind die zich door het raam de auto binnendringt en ik realiseer me dat ik nog steeds de eerste persoon ben aan wie hij zijn werk wil laten zien. We zijn in de twaalfde en laatste maand van onze samenwerking en nu vier maanden uit elkaar. Het voelt nog steeds vreemd om met een ex samen te werken, vooral wanneer die een robotingenieur is die robots met een menselijk brein probeert te maken geïnspireerd op jouw brein.
‘Ze lijken net echt’, zegt hij vervolgens, ogen gericht op het verkeer. We rijden langs een stripclub met felgekleurd neonbord. 24/7 REAL GIRLS, knippert het agressief. ‘De decorbouwers hebben deze keer zelfs hun best gedaan op de achtergrond in de zaal. Net een Rothko.’
‘Alles lijkt op een Rothko als je hard genoeg met je ogen knijpt,’ antwoord ik.
 
Twee weken geleden, nadat Li Yin, de hoofdcurator en mijn manager, akkoord was met de bezorgingsvoorwaarden, werden ze een voor een binnengebracht. Grote kartonnen dozen die langzaam de witte kubus van de zaal vulden.
‘Wanneer halen we ze uit de verpakking?’ vroeg ik aan haar.
‘Nadat we toestemming hebben gekregen van de ethiekcommissie dat we ze ook daadwerkelijk mogen gebruiken,’ antwoordde ze, licht geërgerd.
Ze leek niet onder de indruk van het feit dat we verplicht waren om bij de ethiekcommissie de robots als menselijke deelnemers te registreren.
 
Het bord hangt al buiten wanneer Jahid en ik het museum binnenlopen. De Chinese Kamer wappert zachtjes in zwart, 24-pixel Helvetica op het witte doek boven de ingang.
‘Mooi,’ zegt Jahid.
We hebben een vormgever vijftienhonderd Singaporese dollar betaald voor het ontwerp. Het lettertype is precies hetzelfde als de standaardinstelling op mijn laptop.
‘Passend, ja,’ antwoord ik.
De biometrische gezichtsherkenning hangend aan de deur van de voorstellingszaal bliept tweemaal wanneer we ons hoofd ervoor hangen. Eerst voor Jahid en daarna voor mij.
 
Ken je de grap van de curator en de robot? De curator met een hoofd vol veronderstellingen maakt voor het eerst kennis met een zelfbewuste robot wanneer ze een samenvatting voor een tentoonstelling moet schrijven. Vervolgens spendeert de curator een maand in een robotlab tussen de robots en schrijft een samenvatting gevuld met ‘maar’ en ‘echter’. Uiteindelijk spendeert de curator een jaar in een robotlab samen met de ingenieurs en komt terug zonder tekst.

Voelde je je vredig of rustig?
Voelde je je gelukkig?
Voelde je een harmonie of eenheid met het universum?
Voelde je je omringd door een fel licht?

Voelde je je vredig of rustig?
Voelde je je gelukkig?
Voelde je een harmonie of eenheid met het universum?
Voelde je je omringd door een fel licht?

Voelde je je vredig of rustig?
Voelde je je gelukkig?
Voelde je een harmonie of eenheid met het universum?
Voelde je je omringd door een fel licht?

Voelde je je vredig of rustig?
Voelde je je gelukkig?
Voelde je een harmonie of eenheid met het universum?
Voelde je je omringd door een fel licht?

Voelde je je vredig of rustig?
Voelde je je gelukkig?
Voelde je een harmonie of eenheid met het universum?
Voelde je je omringd door een fel licht?

We zijn net op tijd voor de interne opening van de tentoonstelling. Het voltallige personeel van het museum heeft zich verzameld rondom mijn manager. Naast haar staat een tafel, een stoel en een robot met een hand uitgestrekt over de tafel. Er klinkt zacht geroezemoes. Een lichte euforie vult de ruimte. 
‘Dames en heren,’ zegt Li Yin nadat iedereen stil is. Haar Oost-Aziatisch accent kort de klinkers in.
‘Na een jaar gevuld met planning, vervoer en papierwerk heeft mijn getalenteerde team het uiteindelijk voor elkaar gekregen. De DEUS-SEARLE-serie van organische robots is eindelijk hier.’
Een luid, bijna mechanisch applaus volgt.
‘Er zijn vele mensen die ik wil en moet bedanken. Onze sponsors, ingenieurs en natuurlijk ons team van curatoren die dag en nacht klaarstonden om dit project succesvol te maken. Maar voor nu vraag ik het brein van deze interactieve tentoonstelling, Ava, naar voren om ons uit te leggen wat De Chinese Kamer precies inhoudt. Ava,’ de twee zwarte ogen priemen in mijn richting, ‘the floor is yours.’

We zijn net op tijd voor de interne opening van de tentoonstelling. Het voltallige personeel van het museum heeft zich verzameld rondom mijn manager. Naast haar staat een tafel, een stoel en een robot met een hand uitgestrekt over de tafel. Er klinkt zacht geroezemoes. Een lichte euforie vult de ruimte. 
‘Dames en heren,’ zegt Li Yin nadat iedereen stil is. Haar Oost-Aziatisch accent kort de klinkers in.
‘Na een jaar gevuld met planning, vervoer en papierwerk heeft mijn getalenteerde team het uiteindelijk voor elkaar gekregen. De DEUS-SEARLE-serie van organische robots is eindelijk hier.’
Een luid, bijna mechanisch applaus volgt.
‘Er zijn vele mensen die ik wil en moet bedanken. Onze sponsors, ingenieurs en natuurlijk ons team van curatoren die dag en nacht klaarstonden om dit project succesvol te maken. Maar voor nu vraag ik het brein van deze interactieve tentoonstelling, Ava, naar voren om ons uit te leggen wat De Chinese Kamerprecies inhoudt. Ava,’ de twee zwarte ogen priemen in mijn richting, ‘the floor is yours.’

We zijn net op tijd voor de interne opening van de tentoonstelling. Het voltallige personeel van het museum heeft zich verzameld rondom mijn manager. Naast haar staat een tafel, een stoel en een robot met een hand uitgestrekt over de tafel. Er klinkt zacht geroezemoes. Een lichte euforie vult de ruimte. 
‘Dames en heren,’ zegt Li Yin nadat iedereen stil is. Haar Oost-Aziatisch accent kort de klinkers in.
‘Na een jaar gevuld met planning, vervoer en papierwerk heeft mijn getalenteerde team het uiteindelijk voor elkaar gekregen. De DEUS-SEARLE-serie van organische robots is eindelijk hier.’
Een luid, bijna mechanisch applaus volgt.
‘Er zijn vele mensen die ik wil en moet bedanken. Onze sponsors, ingenieurs en natuurlijk ons team van curatoren die dag en nacht klaarstonden om dit project succesvol te maken. Maar voor nu vraag ik het brein van deze interactieve tentoonstelling, Ava, naar voren om ons uit te leggen wat De Chinese Kamerprecies inhoudt. Ava,’ de twee zwarte ogen priemen in mijn richting, ‘the floor is yours.’

We zijn net op tijd voor de interne opening van de tentoonstelling. Het voltallige personeel van het museum heeft zich verzameld rondom mijn manager. Naast haar staat een tafel, een stoel en een robot met een hand uitgestrekt over de tafel. Er klinkt zacht geroezemoes. Een lichte euforie vult de ruimte. 
‘Dames en heren,’ zegt Li Yin nadat iedereen stil is. Haar Oost-Aziatisch accent kort de klinkers in.
‘Na een jaar gevuld met planning, vervoer en papierwerk heeft mijn getalenteerde team het uiteindelijk voor elkaar gekregen. De DEUS-SEARLE-serie van organische robots is eindelijk hier.’
Een luid, bijna mechanisch applaus volgt.
‘Er zijn vele mensen die ik wil en moet bedanken. Onze sponsors, ingenieurs en natuurlijk ons team van curatoren die dag en nacht klaarstonden om dit project succesvol te maken. Maar voor nu vraag ik het brein van deze interactieve tentoonstelling, Ava, naar voren om ons uit te leggen wat De Chinese Kamerprecies inhoudt. Ava,’ de twee zwarte ogen priemen in mijn richting, ‘the floor is yours.’

We zijn net op tijd voor de interne opening van de tentoonstelling. Het voltallige personeel van het museum heeft zich verzameld rondom mijn manager. Naast haar staat een tafel, een stoel en een robot met een hand uitgestrekt over de tafel. Er klinkt zacht geroezemoes. Een lichte euforie vult de ruimte. 
‘Dames en heren,’ zegt Li Yin nadat iedereen stil is. Haar Oost-Aziatisch accent kort de klinkers in.
‘Na een jaar gevuld met planning, vervoer en papierwerk heeft mijn getalenteerde team het uiteindelijk voor elkaar gekregen. De DEUS-SEARLE-serie van organische robots is eindelijk hier.’
Een luid, bijna mechanisch applaus volgt.
‘Er zijn vele mensen die ik wil en moet bedanken. Onze sponsors, ingenieurs en natuurlijk ons team van curatoren die dag en nacht klaarstonden om dit project succesvol te maken. Maar voor nu vraag ik het brein van deze interactieve tentoonstelling, Ava, naar voren om ons uit te leggen wat De Chinese Kamerprecies inhoudt. Ava,’ de twee zwarte ogen priemen in mijn richting, ‘the floor is yours.’

Waren je waarnemingen levendiger dan normaal?
Kon je zaken waarnemen die zich elders plaatsvinden?
Zag je beelden uit de toekomst?
Voelde je je afgezonderd van je lichaam?

Waren je waarnemingen levendiger dan normaal?
Kon je zaken waarnemen die zich elders plaatsvinden?
Zag je beelden uit de toekomst?
Voelde je je afgezonderd van je lichaam?

Waren je waarnemingen levendiger dan normaal?
Kon je zaken waarnemen die zich elders plaatsvinden?
Zag je beelden uit de toekomst?
Voelde je je afgezonderd van je lichaam?

Waren je waarnemingen levendiger dan normaal?
Kon je zaken waarnemen die zich elders plaatsvinden?
Zag je beelden uit de toekomst?
Voelde je je afgezonderd van je lichaam?

Waren je waarnemingen levendiger dan normaal?
Kon je zaken waarnemen die zich elders plaatsvinden?
Zag je beelden uit de toekomst?
Voelde je je afgezonderd van je lichaam?

Wanneer ik de kring in loop voel ik het speeksel in mijn mond opdrogen. Ik zie als eerste Jahids ogen mijn kant op kijken en plotseling word ik me bewust van iedere beweging die ik maak. Dan realiseer ik me dat niet alleen Jahid mijn bewegingen volgt, maar dat er een 360-graden zee van ogen me aanstaart terwijl mijn baas me de microfoon overhandigt.
De microfoon ruist zachtjes wanneer ik hem aanpak. Ik schraap mijn keel en richt mijn ogen op het publiek.
‘Ik herinner me nog precies de dag dat ik als filosofiestudent voor het eerst las over John Searles Chinese Kamer,’ begin ik, licht aarzelend. ‘In 1936 beweert Alan Turing dat als een proefpersoon gelooft dat hij niet met een computer maar met een mens communiceert, de computer erin geslaagd is om het bewustzijn van de mens te evenaren. Want als het lijkt op een eend, als het kwaakt als een eend en als het waggelt als een eend, waarom zou het dan geen eend zijn?’
Het publiek knikt instemmend.
‘John Searle, als kritiek op Turing, beweert dat alhoewel een computer zich kan gedragen als een mens, we nog niet kunnen concluderen dat de computer ook denkt als een mens. Ook al weet de computer juist te antwoorden op de meest abstracte en filosofische vragen, dan wil dat nog niet zeggen dat de computer deze ook daadwerkelijk begrijpt. Om te laten zien hoe dit werkt, bedacht Searle een experiment dat hij De Chinese Kamer noemde. In deze kamer wordt een proefpersoon opgesloten die geen woord Chinees spreekt. De ruimte zelf is leeg en heeft iets weg een cel. De proefpersoon zit aan een tafel en krijgt voedsel, inkt en vellen paper aangeleverd; op elk nieuw vel staat een vraag in het Chinees. Op de tafel ligt een boek dat aangeeft met welke Chinese tekens te antwoorden op de vraag. De spreker kopieert de tekens op het vel en levert deze weer in. Dan volgt er nog een vel. De persoon raadpleegt het boek, schrijft de corresponderende tekens op en levert het vel weer in. Dit proces herhaalt zich gedurende een dag. Als je uiteindelijk de vellen papier bekijkt, zie je een vloeiend gesprek in het Chinees. De persoon in de Chinese Kamer begrijpt er zelf echter geen woord van. Dit, zegt Searle, is hoe computers werken. Ze kunnen symbolen verwerken zonder enig begrip van hun eigen handelen. In andere woorden, computers zijn in staat om tekens te schrijven, maar niet capabel om ze te interpreteren op het niveau dat wij dat kunnen. Alhoewel het gesprek op papier op het eerste oog overtuigend lijkt, maakt dit gebrek aan interpretatie uiteindelijk kunstmatige intelligentie op een compleet menselijk niveau onmogelijk.’
Na mijn woorden klinkt weer het eenvormige applaus van het publiek.
Wanneer mijn manager vervolgens Jahid introduceert om de details van het project uit te leggen, loop ik snel terug de menigte in.
 
Drie weken geleden, vlak voordat de robots naar het museum gebracht werden, ontmoette ik Jahid in het lab voor een laatste testronde. Ik herinnerde me nog goed hoe hij het haatte om na een dag werk nog mensen in het lab te ontvangen, maar Li Yin had me gevraagd om iedere maand poolshoogte te komen nemen om de vooruitgang van de robots te controleren. Bij binnenkomst knikten Jahid en ik vlug naar elkaar en ontweken daarna elkaars blik. Nadat we de testruimte binnenliepen zag ik voor het eerst de robots, gepositioneerd op stoelen in het midden van de kamer.
‘Ga maar zitten,’ zei hij. Hij wees naar een stoel naast een van de robots. Ertussen had hij een tafel neergezet met daarop een vel papier en een pen. ‘Ik laat je zien wat we tot nu toe hebben.’
Ik voelde de wrok in zijn stem. Toen we nog samen waren accepteerden onze families onze relatie niet.
Terwijl de mijne iemand met een westerse naam prefereerde, was ik daarentegen niet moslim genoeg. Ik herinner me nog dat ik hem vroeg wat dan wel moslim genoeg zou zijn en of er misschien een minimumpercentage was, en dat ik geen antwoord kreeg. Ik probeerde het later op deze manier: hoe kan je als robotingenieur menselijke gevoelens en intelligentie in een robot programmeren en tegelijkertijd geloven in het bestaan van een god? Hierop schudde hij zijn hoofd en haalde zijn schouders op.
Ik zag hem denken: waarom niet?
 
‘Oké,’ zei hij zacht. ‘Ik wil dat je de meest abstracte vraag opschrijft die je maar kan bedenken. Daarna leg je het papier hier, en zal de robot een antwoord voor je opschrijven.’
Ik knikte. Tegenover me zat de robot met een grote, uitgestrekte arm, klaar om te antwoorden. Ik dacht enkele seconden na en schreef vervolgens:
Hoe voelt het om rationaliteit te verkiezen boven emotie?
De robot begon met schrijven, en de inkt op het papier vormde een vloeiende lijn.
We weten als mens zelden vooraf waarom we doen wat we doen. Rationaliteit bestaat zodat we achteraf onze gevoelens met redenen kunnen rechtvaardigen.
Ik herinner me nog goed hoe de mechanische ogen me vol medeleven aankeken.
Die van Jahid keken de andere kant op.
Geschrokt door de precisie van het antwoord keerde ik me naar hem en stamelde ik:
‘Wat gebeurt er wanneer een robot intelligenter is dan wij?’
‘Misschien intelligenter dan ik,’ zei Jahid. ‘Maar ik heb het geheugen geprogrammeerd naar jouw empathisch vermogen. De robots voelen precies wat jij voelt.’
‘Hoe is dat legaal?’
‘Herinner je nog de eerste keer dat je het lab binnenkwam? We lieten je een verklaring tekenen en maakten vervolgens een MRI-scan van je brein. Die hebben we gebruikt als model voor de serie.’
‘Ik dacht dat mijn scan een van de honderden was waarop jullie je robotbrein zouden baseren?’
Ik keek hem een poos stil aan. Jahid plukte zachtjes aan de stof van zijn mouw.
‘Dat dachten wij oorspronkelijk ook. Maar we hebben besloten om enkel jouw scan als voorbeeld te nemen,’ zei hij. ‘Laten we zeggen dat ik het laatste woord hierover had, en dat de beslissing deels empirisch was.’
‘Hoezo?’
‘Ik ben altijd onder de indruk geweest van jouw empathisch vermogen, Ava. Niemand anders heeft het zo lang met mij kunnen uithouden als jij deed.’

Wanneer ik de kring in loop voel ik het speeksel in mijn mond opdrogen. Ik zie als eerste Jahids ogen mijn kant op kijken en plotseling word ik me bewust van iedere beweging die ik maak. Dan realiseer ik me dat niet alleen Jahid mijn bewegingen volgt, maar dat er een 360-graden zee van ogen me aanstaart terwijl mijn baas me de microfoon overhandigt.
De microfoon ruist zachtjes wanneer ik hem aanpak. Ik schraap mijn keel en richt mijn ogen op het publiek.
‘Ik herinner me nog precies de dag dat ik als filosofiestudent voor het eerst las over John Searles Chinese Kamer,’ begin ik, licht aarzelend. ‘In 1936 beweert Alan Turing dat als een proefpersoon gelooft dat hij niet met een computer maar met een mens communiceert, de computer erin geslaagd is om het bewustzijn van de mens te evenaren. Want als het lijkt op een eend, als het kwaakt als een eend en als het waggelt als een eend, waarom zou het dan geen eend zijn?’
Het publiek knikt instemmend.
‘John Searle, als kritiek op Turing, beweert dat alhoewel een computer zich kan gedragen als een mens, we nog niet kunnen concluderen dat de computer ook denkt als een mens. Ook al weet de computer juist te antwoorden op de meest abstracte en filosofische vragen, dan wil dat nog niet zeggen dat de computer deze ook daadwerkelijk begrijpt. Om te laten zien hoe dit werkt, bedacht Searle een experiment dat hij De Chinese Kamer noemde. In deze kamer wordt een proefpersoon opgesloten die geen woord Chinees spreekt. De ruimte zelf is leeg en heeft iets weg een cel. De proefpersoon zit aan een tafel en krijgt voedsel, inkt en vellen paper aangeleverd; op elk nieuw vel staat een vraag in het Chinees. Op de tafel ligt een boek dat aangeeft met welke Chinese tekens te antwoorden op de vraag. De spreker kopieert de tekens op het vel en levert deze weer in. Dan volgt er nog een vel. De persoon raadpleegt het boek, schrijft de corresponderende tekens op en levert het vel weer in. Dit proces herhaalt zich gedurende een dag. Als je uiteindelijk de vellen papier bekijkt, zie je een vloeiend gesprek in het Chinees. De persoon in de Chinese Kamer begrijpt er zelf echter geen woord van. Dit, zegt Searle, is hoe computers werken. Ze kunnen symbolen verwerken zonder enig begrip van hun eigen handelen. In andere woorden, computers zijn in staat om tekens te schrijven, maar niet capabel om ze te interpreteren op het niveau dat wij dat kunnen. Alhoewel het gesprek op papier op het eerste oog overtuigend lijkt, maakt dit gebrek aan interpretatie uiteindelijk kunstmatige intelligentie op een compleet menselijk niveau onmogelijk.’
Na mijn woorden klinkt weer het eenvormige applaus van het publiek.
Wanneer mijn manager vervolgens Jahid introduceert om de details van het project uit te leggen, loop ik snel terug de menigte in.
 
Drie weken geleden, vlak voordat de robots naar het museum gebracht werden, ontmoette ik Jahid in het lab voor een laatste testronde. Ik herinnerde me nog goed hoe hij het haatte om na een dag werk nog mensen in het lab te ontvangen, maar Li Yin had me gevraagd om iedere maand poolshoogte te komen nemen om de vooruitgang van de robots te controleren. Bij binnenkomst knikten Jahid en ik vlug naar elkaar en ontweken daarna elkaars blik. Nadat we de testruimte binnenliepen zag ik voor het eerst de robots, gepositioneerd op stoelen in het midden van de kamer.
‘Ga maar zitten,’ zei hij. Hij wees naar een stoel naast een van de robots. Ertussen had hij een tafel neergezet met daarop een vel papier en een pen. ‘Ik laat je zien wat we tot nu toe hebben.’
Ik voelde de wrok in zijn stem. Toen we nog samen waren accepteerden onze families onze relatie niet.
Terwijl de mijne iemand met een westerse naam prefereerde, was ik daarentegen niet moslim genoeg. Ik herinner me nog dat ik hem vroeg wat dan wel moslim genoeg zou zijn en of er misschien een minimumpercentage was, en dat ik geen antwoord kreeg. Ik probeerde het later op deze manier: hoe kan je als robotingenieur menselijke gevoelens en intelligentie in een robot programmeren en tegelijkertijd geloven in het bestaan van een god? Hierop schudde hij zijn hoofd en haalde zijn schouders op.
Ik zag hem denken: waarom niet?
 
‘Oké,’ zei hij zacht. ‘Ik wil dat je de meest abstracte vraag opschrijft die je maar kan bedenken. Daarna leg je het papier hier, en zal de robot een antwoord voor je opschrijven.’
Ik knikte. Tegenover me zat de robot met een grote, uitgestrekte arm, klaar om te antwoorden. Ik dacht enkele seconden na en schreef vervolgens:
Hoe voelt het om rationaliteit te verkiezen boven emotie?
De robot begon met schrijven, en de inkt op het papier vormde een vloeiende lijn.
We weten als mens zelden vooraf waarom we doen wat we doen. Rationaliteit bestaat zodat we achteraf onze gevoelens met redenen kunnen rechtvaardigen.
Ik herinner me nog goed hoe de mechanische ogen me vol medeleven aankeken.
Die van Jahid keken de andere kant op.
Geschrokt door de precisie van het antwoord keerde ik me naar hem en stamelde ik:
‘Wat gebeurt er wanneer een robot intelligenter is dan wij?’
‘Misschien intelligenter dan ik,’ zei Jahid. ‘Maar ik heb het geheugen geprogrammeerd naar jouw empathisch vermogen. De robots voelen precies wat jij voelt.’
‘Hoe is dat legaal?’
‘Herinner je nog de eerste keer dat je het lab binnenkwam? We lieten je een verklaring tekenen en maakten vervolgens een MRI-scan van je brein. Die hebben we gebruikt als model voor de serie.’
‘Ik dacht dat mijn scan een van de honderden was waarop jullie je robotbrein zouden baseren?’
Ik keek hem een poos stil aan. Jahid plukte zachtjes aan de stof van zijn mouw.
‘Dat dachten wij oorspronkelijk ook. Maar we hebben besloten om enkel jouw scan als voorbeeld te nemen,’ zei hij. ‘Laten we zeggen dat ik het laatste woord hierover had, en dat de beslissing deels empirisch was.’
‘Hoezo?’
‘Ik ben altijd onder de indruk geweest van jouw empathisch vermogen, Ava. Niemand anders heeft het zo lang met mij kunnen uithouden als jij deed.’

Wanneer ik de kring in loop voel ik het speeksel in mijn mond opdrogen. Ik zie als eerste Jahids ogen mijn kant op kijken en plotseling word ik me bewust van iedere beweging die ik maak. Dan realiseer ik me dat niet alleen Jahid mijn bewegingen volgt, maar dat er een 360-graden zee van ogen me aanstaart terwijl mijn baas me de microfoon overhandigt.
De microfoon ruist zachtjes wanneer ik hem aanpak. Ik schraap mijn keel en richt mijn ogen op het publiek.
‘Ik herinner me nog precies de dag dat ik als filosofiestudent voor het eerst las over John Searles Chinese Kamer,’ begin ik, licht aarzelend. ‘In 1936 beweert Alan Turing dat als een proefpersoon gelooft dat hij niet met een computer maar met een mens communiceert, de computer erin geslaagd is om het bewustzijn van de mens te evenaren. Want als het lijkt op een eend, als het kwaakt als een eend en als het waggelt als een eend, waarom zou het dan geen eend zijn?’
Het publiek knikt instemmend.
‘John Searle, als kritiek op Turing, beweert dat alhoewel een computer zich kan gedragen als een mens, we nog niet kunnen concluderen dat de computer ook denkt als een mens. Ook al weet de computer juist te antwoorden op de meest abstracte en filosofische vragen, dan wil dat nog niet zeggen dat de computer deze ook daadwerkelijk begrijpt. Om te laten zien hoe dit werkt, bedacht Searle een experiment dat hij De Chinese Kamer noemde. In deze kamer wordt een proefpersoon opgesloten die geen woord Chinees spreekt. De ruimte zelf is leeg en heeft iets weg een cel. De proefpersoon zit aan een tafel en krijgt voedsel, inkt en vellen paper aangeleverd; op elk nieuw vel staat een vraag in het Chinees. Op de tafel ligt een boek dat aangeeft met welke Chinese tekens te antwoorden op de vraag. De spreker kopieert de tekens op het vel en levert deze weer in. Dan volgt er nog een vel. De persoon raadpleegt het boek, schrijft de corresponderende tekens op en levert het vel weer in. Dit proces herhaalt zich gedurende een dag. Als je uiteindelijk de vellen papier bekijkt, zie je een vloeiend gesprek in het Chinees. De persoon in de Chinese Kamer begrijpt er zelf echter geen woord van. Dit, zegt Searle, is hoe computers werken. Ze kunnen symbolen verwerken zonder enig begrip van hun eigen handelen. In andere woorden, computers zijn in staat om tekens te schrijven, maar niet capabel om ze te interpreteren op het niveau dat wij dat kunnen. Alhoewel het gesprek op papier op het eerste oog overtuigend lijkt, maakt dit gebrek aan interpretatie uiteindelijk kunstmatige intelligentie op een compleet menselijk niveau onmogelijk.’
Na mijn woorden klinkt weer het eenvormige applaus van het publiek.
Wanneer mijn manager vervolgens Jahid introduceert om de details van het project uit te leggen, loop ik snel terug de menigte in.
 
Drie weken geleden, vlak voordat de robots naar het museum gebracht werden, ontmoette ik Jahid in het lab voor een laatste testronde. Ik herinnerde me nog goed hoe hij het haatte om na een dag werk nog mensen in het lab te ontvangen, maar Li Yin had me gevraagd om iedere maand poolshoogte te komen nemen om de vooruitgang van de robots te controleren. Bij binnenkomst knikten Jahid en ik vlug naar elkaar en ontweken daarna elkaars blik. Nadat we de testruimte binnenliepen zag ik voor het eerst de robots, gepositioneerd op stoelen in het midden van de kamer.
‘Ga maar zitten,’ zei hij. Hij wees naar een stoel naast een van de robots. Ertussen had hij een tafel neergezet met daarop een vel papier en een pen. ‘Ik laat je zien wat we tot nu toe hebben.’
Ik voelde de wrok in zijn stem. Toen we nog samen waren accepteerden onze families onze relatie niet.
Terwijl de mijne iemand met een westerse naam prefereerde, was ik daarentegen niet moslim genoeg. Ik herinner me nog dat ik hem vroeg wat dan wel moslim genoeg zou zijn en of er misschien een minimumpercentage was, en dat ik geen antwoord kreeg. Ik probeerde het later op deze manier: hoe kan je als robotingenieur menselijke gevoelens en intelligentie in een robot programmeren en tegelijkertijd geloven in het bestaan van een god? Hierop schudde hij zijn hoofd en haalde zijn schouders op.
Ik zag hem denken: waarom niet?
 
‘Oké,’ zei hij zacht. ‘Ik wil dat je de meest abstracte vraag opschrijft die je maar kan bedenken. Daarna leg je het papier hier, en zal de robot een antwoord voor je opschrijven.’
Ik knikte. Tegenover me zat de robot met een grote, uitgestrekte arm, klaar om te antwoorden. Ik dacht enkele seconden na en schreef vervolgens:
Hoe voelt het om rationaliteit te verkiezen boven emotie?
De robot begon met schrijven, en de inkt op het papier vormde een vloeiende lijn.
We weten als mens zelden vooraf waarom we doen wat we doen. Rationaliteit bestaat zodat we achteraf onze gevoelens met redenen kunnen rechtvaardigen.
Ik herinner me nog goed hoe de mechanische ogen me vol medeleven aankeken.
Die van Jahid keken de andere kant op.
Geschrokt door de precisie van het antwoord keerde ik me naar hem en stamelde ik:
‘Wat gebeurt er wanneer een robot intelligenter is dan wij?’
‘Misschien intelligenter dan ik,’ zei Jahid. ‘Maar ik heb het geheugen geprogrammeerd naar jouw empathisch vermogen. De robots voelen precies wat jij voelt.’
‘Hoe is dat legaal?’
‘Herinner je nog de eerste keer dat je het lab binnenkwam? We lieten je een verklaring tekenen en maakten vervolgens een MRI-scan van je brein. Die hebben we gebruikt als model voor de serie.’
‘Ik dacht dat mijn scan een van de honderden was waarop jullie je robotbrein zouden baseren?’
Ik keek hem een poos stil aan. Jahid plukte zachtjes aan de stof van zijn mouw.
‘Dat dachten wij oorspronkelijk ook. Maar we hebben besloten om enkel jouw scan als voorbeeld te nemen,’ zei hij. ‘Laten we zeggen dat ik het laatste woord hierover had, en dat de beslissing deels empirisch was.’
‘Hoezo?’
‘Ik ben altijd onder de indruk geweest van jouw empathisch vermogen, Ava. Niemand anders heeft het zo lang met mij kunnen uithouden als jij deed.’

Wanneer ik de kring in loop voel ik het speeksel in mijn mond opdrogen. Ik zie als eerste Jahids ogen mijn kant op kijken en plotseling word ik me bewust van iedere beweging die ik maak. Dan realiseer ik me dat niet alleen Jahid mijn bewegingen volgt, maar dat er een 360-graden zee van ogen me aanstaart terwijl mijn baas me de microfoon overhandigt.
De microfoon ruist zachtjes wanneer ik hem aanpak. Ik schraap mijn keel en richt mijn ogen op het publiek.
‘Ik herinner me nog precies de dag dat ik als filosofiestudent voor het eerst las over John Searles Chinese Kamer,’ begin ik, licht aarzelend. ‘In 1936 beweert Alan Turing dat als een proefpersoon gelooft dat hij niet met een computer maar met een mens communiceert, de computer erin geslaagd is om het bewustzijn van de mens te evenaren. Want als het lijkt op een eend, als het kwaakt als een eend en als het waggelt als een eend, waarom zou het dan geen eend zijn?’
Het publiek knikt instemmend.
‘John Searle, als kritiek op Turing, beweert dat alhoewel een computer zich kan gedragen als een mens, we nog niet kunnen concluderen dat de computer ook denkt als een mens. Ook al weet de computer juist te antwoorden op de meest abstracte en filosofische vragen, dan wil dat nog niet zeggen dat de computer deze ook daadwerkelijk begrijpt. Om te laten zien hoe dit werkt, bedacht Searle een experiment dat hij De Chinese Kamer noemde. In deze kamer wordt een proefpersoon opgesloten die geen woord Chinees spreekt. De ruimte zelf is leeg en heeft iets weg een cel. De proefpersoon zit aan een tafel en krijgt voedsel, inkt en vellen paper aangeleverd; op elk nieuw vel staat een vraag in het Chinees. Op de tafel ligt een boek dat aangeeft met welke Chinese tekens te antwoorden op de vraag. De spreker kopieert de tekens op het vel en levert deze weer in. Dan volgt er nog een vel. De persoon raadpleegt het boek, schrijft de corresponderende tekens op en levert het vel weer in. Dit proces herhaalt zich gedurende een dag. Als je uiteindelijk de vellen papier bekijkt, zie je een vloeiend gesprek in het Chinees. De persoon in de Chinese Kamer begrijpt er zelf echter geen woord van. Dit, zegt Searle, is hoe computers werken. Ze kunnen symbolen verwerken zonder enig begrip van hun eigen handelen. In andere woorden, computers zijn in staat om tekens te schrijven, maar niet capabel om ze te interpreteren op het niveau dat wij dat kunnen. Alhoewel het gesprek op papier op het eerste oog overtuigend lijkt, maakt dit gebrek aan interpretatie uiteindelijk kunstmatige intelligentie op een compleet menselijk niveau onmogelijk.’
Na mijn woorden klinkt weer het eenvormige applaus van het publiek.
Wanneer mijn manager vervolgens Jahid introduceert om de details van het project uit te leggen, loop ik snel terug de menigte in.
 
Drie weken geleden, vlak voordat de robots naar het museum gebracht werden, ontmoette ik Jahid in het lab voor een laatste testronde. Ik herinnerde me nog goed hoe hij het haatte om na een dag werk nog mensen in het lab te ontvangen, maar Li Yin had me gevraagd om iedere maand poolshoogte te komen nemen om de vooruitgang van de robots te controleren. Bij binnenkomst knikten Jahid en ik vlug naar elkaar en ontweken daarna elkaars blik. Nadat we de testruimte binnenliepen zag ik voor het eerst de robots, gepositioneerd op stoelen in het midden van de kamer.
‘Ga maar zitten,’ zei hij. Hij wees naar een stoel naast een van de robots. Ertussen had hij een tafel neergezet met daarop een vel papier en een pen. ‘Ik laat je zien wat we tot nu toe hebben.’
Ik voelde de wrok in zijn stem. Toen we nog samen waren accepteerden onze families onze relatie niet.
Terwijl de mijne iemand met een westerse naam prefereerde, was ik daarentegen niet moslim genoeg. Ik herinner me nog dat ik hem vroeg wat dan wel moslim genoeg zou zijn en of er misschien een minimumpercentage was, en dat ik geen antwoord kreeg. Ik probeerde het later op deze manier: hoe kan je als robotingenieur menselijke gevoelens en intelligentie in een robot programmeren en tegelijkertijd geloven in het bestaan van een god? Hierop schudde hij zijn hoofd en haalde zijn schouders op.
Ik zag hem denken: waarom niet?
 
‘Oké,’ zei hij zacht. ‘Ik wil dat je de meest abstracte vraag opschrijft die je maar kan bedenken. Daarna leg je het papier hier, en zal de robot een antwoord voor je opschrijven.’
Ik knikte. Tegenover me zat de robot met een grote, uitgestrekte arm, klaar om te antwoorden. Ik dacht enkele seconden na en schreef vervolgens:
Hoe voelt het om rationaliteit te verkiezen boven emotie?
De robot begon met schrijven, en de inkt op het papier vormde een vloeiende lijn.
We weten als mens zelden vooraf waarom we doen wat we doen. Rationaliteit bestaat zodat we achteraf onze gevoelens met redenen kunnen rechtvaardigen.
Ik herinner me nog goed hoe de mechanische ogen me vol medeleven aankeken.
Die van Jahid keken de andere kant op.
Geschrokt door de precisie van het antwoord keerde ik me naar hem en stamelde ik:
‘Wat gebeurt er wanneer een robot intelligenter is dan wij?’
‘Misschien intelligenter dan ik,’ zei Jahid. ‘Maar ik heb het geheugen geprogrammeerd naar jouw empathisch vermogen. De robots voelen precies wat jij voelt.’
‘Hoe is dat legaal?’
‘Herinner je nog de eerste keer dat je het lab binnenkwam? We lieten je een verklaring tekenen en maakten vervolgens een MRI-scan van je brein. Die hebben we gebruikt als model voor de serie.’
‘Ik dacht dat mijn scan een van de honderden was waarop jullie je robotbrein zouden baseren?’
Ik keek hem een poos stil aan. Jahid plukte zachtjes aan de stof van zijn mouw.
‘Dat dachten wij oorspronkelijk ook. Maar we hebben besloten om enkel jouw scan als voorbeeld te nemen,’ zei hij. ‘Laten we zeggen dat ik het laatste woord hierover had, en dat de beslissing deels empirisch was.’
‘Hoezo?’
‘Ik ben altijd onder de indruk geweest van jouw empathisch vermogen, Ava. Niemand anders heeft het zo lang met mij kunnen uithouden als jij deed.’

Wanneer ik de kring in loop voel ik het speeksel in mijn mond opdrogen. Ik zie als eerste Jahids ogen mijn kant op kijken en plotseling word ik me bewust van iedere beweging die ik maak. Dan realiseer ik me dat niet alleen Jahid mijn bewegingen volgt, maar dat er een 360-graden zee van ogen me aanstaart terwijl mijn baas me de microfoon overhandigt.
De microfoon ruist zachtjes wanneer ik hem aanpak. Ik schraap mijn keel en richt mijn ogen op het publiek.
‘Ik herinner me nog precies de dag dat ik als filosofiestudent voor het eerst las over John Searles Chinese Kamer,’ begin ik, licht aarzelend. ‘In 1936 beweert Alan Turing dat als een proefpersoon gelooft dat hij niet met een computer maar met een mens communiceert, de computer erin geslaagd is om het bewustzijn van de mens te evenaren. Want als het lijkt op een eend, als het kwaakt als een eend en als het waggelt als een eend, waarom zou het dan geen eend zijn?’
Het publiek knikt instemmend.
‘John Searle, als kritiek op Turing, beweert dat alhoewel een computer zich kan gedragen als een mens, we nog niet kunnen concluderen dat de computer ook denkt als een mens. Ook al weet de computer juist te antwoorden op de meest abstracte en filosofische vragen, dan wil dat nog niet zeggen dat de computer deze ook daadwerkelijk begrijpt. Om te laten zien hoe dit werkt, bedacht Searle een experiment dat hij De Chinese Kamer noemde. In deze kamer wordt een proefpersoon opgesloten die geen woord Chinees spreekt. De ruimte zelf is leeg en heeft iets weg een cel. De proefpersoon zit aan een tafel en krijgt voedsel, inkt en vellen paper aangeleverd; op elk nieuw vel staat een vraag in het Chinees. Op de tafel ligt een boek dat aangeeft met welke Chinese tekens te antwoorden op de vraag. De spreker kopieert de tekens op het vel en levert deze weer in. Dan volgt er nog een vel. De persoon raadpleegt het boek, schrijft de corresponderende tekens op en levert het vel weer in. Dit proces herhaalt zich gedurende een dag. Als je uiteindelijk de vellen papier bekijkt, zie je een vloeiend gesprek in het Chinees. De persoon in de Chinese Kamer begrijpt er zelf echter geen woord van. Dit, zegt Searle, is hoe computers werken. Ze kunnen symbolen verwerken zonder enig begrip van hun eigen handelen. In andere woorden, computers zijn in staat om tekens te schrijven, maar niet capabel om ze te interpreteren op het niveau dat wij dat kunnen. Alhoewel het gesprek op papier op het eerste oog overtuigend lijkt, maakt dit gebrek aan interpretatie uiteindelijk kunstmatige intelligentie op een compleet menselijk niveau onmogelijk.’
Na mijn woorden klinkt weer het eenvormige applaus van het publiek.
Wanneer mijn manager vervolgens Jahid introduceert om de details van het project uit te leggen, loop ik snel terug de menigte in.
 
Drie weken geleden, vlak voordat de robots naar het museum gebracht werden, ontmoette ik Jahid in het lab voor een laatste testronde. Ik herinnerde me nog goed hoe hij het haatte om na een dag werk nog mensen in het lab te ontvangen, maar Li Yin had me gevraagd om iedere maand poolshoogte te komen nemen om de vooruitgang van de robots te controleren. Bij binnenkomst knikten Jahid en ik vlug naar elkaar en ontweken daarna elkaars blik. Nadat we de testruimte binnenliepen zag ik voor het eerst de robots, gepositioneerd op stoelen in het midden van de kamer.
‘Ga maar zitten,’ zei hij. Hij wees naar een stoel naast een van de robots. Ertussen had hij een tafel neergezet met daarop een vel papier en een pen. ‘Ik laat je zien wat we tot nu toe hebben.’
Ik voelde de wrok in zijn stem. Toen we nog samen waren accepteerden onze families onze relatie niet.
Terwijl de mijne iemand met een westerse naam prefereerde, was ik daarentegen niet moslim genoeg. Ik herinner me nog dat ik hem vroeg wat dan wel moslim genoeg zou zijn en of er misschien een minimumpercentage was, en dat ik geen antwoord kreeg. Ik probeerde het later op deze manier: hoe kan je als robotingenieur menselijke gevoelens en intelligentie in een robot programmeren en tegelijkertijd geloven in het bestaan van een god? Hierop schudde hij zijn hoofd en haalde zijn schouders op.
Ik zag hem denken: waarom niet?
 
‘Oké,’ zei hij zacht. ‘Ik wil dat je de meest abstracte vraag opschrijft die je maar kan bedenken. Daarna leg je het papier hier, en zal de robot een antwoord voor je opschrijven.’
Ik knikte. Tegenover me zat de robot met een grote, uitgestrekte arm, klaar om te antwoorden. Ik dacht enkele seconden na en schreef vervolgens:
Hoe voelt het om rationaliteit te verkiezen boven emotie?
De robot begon met schrijven, en de inkt op het papier vormde een vloeiende lijn.
We weten als mens zelden vooraf waarom we doen wat we doen. Rationaliteit bestaat zodat we achteraf onze gevoelens met redenen kunnen rechtvaardigen.
Ik herinner me nog goed hoe de mechanische ogen me vol medeleven aankeken.
Die van Jahid keken de andere kant op.
Geschrokt door de precisie van het antwoord keerde ik me naar hem en stamelde ik:
‘Wat gebeurt er wanneer een robot intelligenter is dan wij?’
‘Misschien intelligenter dan ik,’ zei Jahid. ‘Maar ik heb het geheugen geprogrammeerd naar jouw empathisch vermogen. De robots voelen precies wat jij voelt.’
‘Hoe is dat legaal?’
‘Herinner je nog de eerste keer dat je het lab binnenkwam? We lieten je een verklaring tekenen en maakten vervolgens een MRI-scan van je brein. Die hebben we gebruikt als model voor de serie.’
‘Ik dacht dat mijn scan een van de honderden was waarop jullie je robotbrein zouden baseren?’
Ik keek hem een poos stil aan. Jahid plukte zachtjes aan de stof van zijn mouw.
‘Dat dachten wij oorspronkelijk ook. Maar we hebben besloten om enkel jouw scan als voorbeeld te nemen,’ zei hij. ‘Laten we zeggen dat ik het laatste woord hierover had, en dat de beslissing deels empirisch was.’
‘Hoezo?’
‘Ik ben altijd onder de indruk geweest van jouw empathisch vermogen, Ava. Niemand anders heeft het zo lang met mij kunnen uithouden als jij deed.’

Leek het alsof je een andere wereld binnenging?
Leek het alsof je een mythische entiteit zag, of hoorde je een vreemde stem?
Zag je overleden mensen of religieuze verschijningen?
Kwam je tot een punt waarna er geen weg meer terug was?

Leek het alsof je een andere wereld binnenging?
Leek het alsof je een mythische entiteit zag, of hoorde je een vreemde stem?
Zag je overleden mensen of religieuze verschijningen?
Kwam je tot een punt waarna er geen weg meer terug was?

Leek het alsof je een andere wereld binnenging?
Leek het alsof je een mythische entiteit zag, of hoorde je een vreemde stem?
Zag je overleden mensen of religieuze verschijningen?
Kwam je tot een punt waarna er geen weg meer terug was?

Leek het alsof je een andere wereld binnenging?
Leek het alsof je een mythische entiteit zag, of hoorde je een vreemde stem?
Zag je overleden mensen of religieuze verschijningen?
Kwam je tot een punt waarna er geen weg meer terug was?

Leek het alsof je een andere wereld binnenging?
Leek het alsof je een mythische entiteit zag, of hoorde je een vreemde stem?
Zag je overleden mensen of religieuze verschijningen?
Kwam je tot een punt waarna er geen weg meer terug was?

In de zaal kijken zo’n tachtig paar ogen naar Jahid, die nu ongemakkelijk in het midden van de ruimte de kreukels in zijn colbert probeert te fatsoeneren. Nadat Li Yin hem de microfoon aanreikt, tikt hij tweemaal zachtjes met zijn vinger om het geluid te testen, en fluistert vervolgens zachtjes iets onverstaanbaars tegen haar. Ze glimlacht en geeft hem een korte, aanmoedigende knik.
‘Hoe ons project een mogelijk antwoord heeft kunnen vinden voor Searles theorie is simpel,’ zegt Jahid terwijl hij zijn blik over de menigte in de zaal laat ronddwalen.
‘Ons lab heeft de focus verplaatst van het simpelweg maken van robots naar een perspectief waarin we proberen een nieuwe soort mens te creëren. Je kunt dus zeggen dat ons lab geen robot heeft gemaakt, maar een robot heeft laten opgroeien. Wanneer je een robot niet ziet als een puur stuk geheugen, maar als een mens met gevoelens, met ogen en handen en ruimte voor empathie, dan verandert ook de manier waarop je ze bestudeert. De robots van het DEUS-SEARLE-project bewegen als mensen, voelen als mensen en hebben een camera met ingebouwde gezichtsherkenning en een algoritme dat taal zo organisch mogelijk opslaat. Ze zijn zich bewust van hun eigen bestaan en bezitten ingebouwde persoonlijkheidskenmerken met algoritmes die zich natuurlijk ontwikkelen met iedere interactie die plaatsvindt. Maar het belangrijkste is: ze kunnen niet alleen zien en praten zoals wij dat doen, maar ook voelen en interpreteren zoals wij.’
Wanneer zijn ogen trots de zaal scannen voel ik dat ze mijn blik negeren.
 
‘Genoeg woorden voor nu. In de volgende ruimte staan tafels en stoelen met in totaal vierentwintig robots, met ieder een eigen naam en persoonlijkheid. Ik vraag jullie nu om de kamer binnen te gaan, plaats te nemen aan een tafel en om de tijd te nemen om de robot tegenover je te leren kennen. Iedere robot bevat een geïntegreerd algoritme dat zich perfect aanpast aan onze menselijke perceptie. Op elke tafel vind je een vragenlijst met een lijst van twintig filosofische vragen die een zeer gedetailleerd en abstract denkvermogen nodig hebben om beantwoord te worden. Observeer hoe de robots reageren en of hun antwoorden vergelijkbaar zijn met hoe jij zelf zou reageren. Ik garandeer je dat dit de meest organische communicatie met een robot is die je ooit hebt meegemaakt.’ 
Luid applaus echoot nogmaals door de zaal. Ik zie Li Yin trots een foto nemen van Jahid. De flitsfunctie doet zijn vermoeide gezicht oplichten. 


Na die laatste test in het robotlab, vlak voor de uiteindelijke opening van de tentoonstelling, zaten Jahid en ik samen op de grond in het lab. Rondom ons vulden vierentwintig voorovergebogen robots de kamer. Jahid dronk zelf niet, maar gaf me een Tsingtao en ik maakte een soort beweging in de lucht waardoor het leek alsof ik proostte met mezelf. De onderhandelingen met het museum zouden de dag daarna beginnen en ik herinner me nog goed wat we op dat moment voelden: een cocktail van hoop en mogelijkheden. Als het museum zou instemmen met het project was de toekomst van Jahids robotlab verzekerd.
Verschuild achter onze gedeelde euforie zag ik, in de manier waarop hij naar een van de robots staarde, hoe een hint van wanhoop op zijn gezicht verscheen.
 ‘Met alle slaappillen die ik slik vraag ik me af hoe menselijk ik zelf nog ben.’
Hij rekte zich uit terwijl hij het zei, zijn lange armen reikten tot ver boven zijn hoofd.
‘Denk je er ooit over na, nu robots ons niet alleen begrijpen maar ook slimmer zijn dan wij, hoe ze ons zien?’ vroeg ik.
‘Ik denk dat het onze taak als mens is om een betere versie van onszelf uit te vinden. Al is het enkel om de gebreken uit ons systeem te halen. Deze generatie robots ziet ons slechts als een oudere, primitievere versie van henzelf.’
Hij zuchtte diep.
‘Als niks meer dan een aap in pak,’ voegde hij eraan toe.

*Mogelijke abstracte vragen van de Turing Test, ontworpen door Alain Turing in 1950 om menselijke perceptie en cognitie in kunstmatige intelligentie te testen. Turing dacht destijds dat tegen het jaar 2000 de mens een AI zou hebben uitgevonden die de test zou halen en zich succesvol als mens voor zou kunnen doen. Echter is er tot nu toe nog geen enkele computer in geslaagd de test te doorstaan.

In de zaal kijken zo’n tachtig paar ogen naar Jahid, die nu ongemakkelijk in het midden van de ruimte de kreukels in zijn colbert probeert te fatsoeneren. Nadat Li Yin hem de microfoon aanreikt, tikt hij tweemaal zachtjes met zijn vinger om het geluid te testen, en fluistert vervolgens zachtjes iets onverstaanbaars tegen haar. Ze glimlacht en geeft hem een korte, aanmoedigende knik.
‘Hoe ons project een mogelijk antwoord heeft kunnen vinden voor Searles theorie is simpel,’ zegt Jahid terwijl hij zijn blik over de menigte in de zaal laat ronddwalen.
‘Ons lab heeft de focus verplaatst van het simpelweg maken van robots naar een perspectief waarin we proberen een nieuwe soort mens te creëren. Je kunt dus zeggen dat ons lab geen robot heeft gemaakt, maar een robot heeft laten opgroeien. Wanneer je een robot niet ziet als een puur stuk geheugen, maar als een mens met gevoelens, met ogen en handen en ruimte voor empathie, dan verandert ook de manier waarop je ze bestudeert. De robots van het DEUS-SEARLE-project bewegen als mensen, voelen als mensen en hebben een camera met ingebouwde gezichtsherkenning en een algoritme dat taal zo organisch mogelijk opslaat. Ze zijn zich bewust van hun eigen bestaan en bezitten ingebouwde persoonlijkheidskenmerken met algoritmes die zich natuurlijk ontwikkelen met iedere interactie die plaatsvindt. Maar het belangrijkste is: ze kunnen niet alleen zien en praten zoals wij dat doen, maar ook voelen en interpreteren zoals wij.’
Wanneer zijn ogen trots de zaal scannen voel ik dat ze mijn blik negeren.
 
‘Genoeg woorden voor nu. In de volgende ruimte staan tafels en stoelen met in totaal vierentwintig robots, met ieder een eigen naam en persoonlijkheid. Ik vraag jullie nu om de kamer binnen te gaan, plaats te nemen aan een tafel en om de tijd te nemen om de robot tegenover je te leren kennen. Iedere robot bevat een geïntegreerd algoritme dat zich perfect aanpast aan onze menselijke perceptie. Op elke tafel vind je een vragenlijst met een lijst van twintig filosofische vragen die een zeer gedetailleerd en abstract denkvermogen nodig hebben om beantwoord te worden. Observeer hoe de robots reageren en of hun antwoorden vergelijkbaar zijn met hoe jij zelf zou reageren. Ik garandeer je dat dit de meest organische communicatie met een robot is die je ooit hebt meegemaakt.’ 
Luid applaus echoot nogmaals door de zaal. Ik zie Li Yin trots een foto nemen van Jahid. De flitsfunctie doet zijn vermoeide gezicht oplichten. 


Na die laatste test in het robotlab, vlak voor de uiteindelijke opening van de tentoonstelling, zaten Jahid en ik samen op de grond in het lab. Rondom ons vulden vierentwintig voorovergebogen robots de kamer. Jahid dronk zelf niet, maar gaf me een Tsingtao en ik maakte een soort beweging in de lucht waardoor het leek alsof ik proostte met mezelf. De onderhandelingen met het museum zouden de dag daarna beginnen en ik herinner me nog goed wat we op dat moment voelden: een cocktail van hoop en mogelijkheden. Als het museum zou instemmen met het project was de toekomst van Jahids robotlab verzekerd.
Verschuild achter onze gedeelde euforie zag ik, in de manier waarop hij naar een van de robots staarde, hoe een hint van wanhoop op zijn gezicht verscheen.
 ‘Met alle slaappillen die ik slik vraag ik me af hoe menselijk ik zelf nog ben.’
Hij rekte zich uit terwijl hij het zei, zijn lange armen reikten tot ver boven zijn hoofd.
‘Denk je er ooit over na, nu robots ons niet alleen begrijpen maar ook slimmer zijn dan wij, hoe ze ons zien?’ vroeg ik.
‘Ik denk dat het onze taak als mens is om een betere versie van onszelf uit te vinden. Al is het enkel om de gebreken uit ons systeem te halen. Deze generatie robots ziet ons slechts als een oudere, primitievere versie van henzelf.’
Hij zuchtte diep.
‘Als niks meer dan een aap in pak,’ voegde hij eraan toe.

*Mogelijke abstracte vragen van de Turing Test, ontworpen door Alain Turing in 1950 om menselijke perceptie en cognitie in kunstmatige intelligentie te testen. Turing dacht destijds dat tegen het jaar 2000 de mens een AI zou hebben uitgevonden die de test zou halen en zich succesvol als mens voor zou kunnen doen. Echter is er tot nu toe nog geen enkele computer in geslaagd de test te doorstaan.

In de zaal kijken zo’n tachtig paar ogen naar Jahid, die nu ongemakkelijk in het midden van de ruimte de kreukels in zijn colbert probeert te fatsoeneren. Nadat Li Yin hem de microfoon aanreikt, tikt hij tweemaal zachtjes met zijn vinger om het geluid te testen, en fluistert vervolgens zachtjes iets onverstaanbaars tegen haar. Ze glimlacht en geeft hem een korte, aanmoedigende knik.
‘Hoe ons project een mogelijk antwoord heeft kunnen vinden voor Searles theorie is simpel,’ zegt Jahid terwijl hij zijn blik over de menigte in de zaal laat ronddwalen.
‘Ons lab heeft de focus verplaatst van het simpelweg maken van robots naar een perspectief waarin we proberen een nieuwe soort mens te creëren. Je kunt dus zeggen dat ons lab geen robot heeft gemaakt, maar een robot heeft laten opgroeien. Wanneer je een robot niet ziet als een puur stuk geheugen, maar als een mens met gevoelens, met ogen en handen en ruimte voor empathie, dan verandert ook de manier waarop je ze bestudeert. De robots van het DEUS-SEARLE-project bewegen als mensen, voelen als mensen en hebben een camera met ingebouwde gezichtsherkenning en een algoritme dat taal zo organisch mogelijk opslaat. Ze zijn zich bewust van hun eigen bestaan en bezitten ingebouwde persoonlijkheidskenmerken met algoritmes die zich natuurlijk ontwikkelen met iedere interactie die plaatsvindt. Maar het belangrijkste is: ze kunnen niet alleen zien en praten zoals wij dat doen, maar ook voelen en interpreteren zoals wij.’
Wanneer zijn ogen trots de zaal scannen voel ik dat ze mijn blik negeren.
 
‘Genoeg woorden voor nu. In de volgende ruimte staan tafels en stoelen met in totaal vierentwintig robots, met ieder een eigen naam en persoonlijkheid. Ik vraag jullie nu om de kamer binnen te gaan, plaats te nemen aan een tafel en om de tijd te nemen om de robot tegenover je te leren kennen. Iedere robot bevat een geïntegreerd algoritme dat zich perfect aanpast aan onze menselijke perceptie. Op elke tafel vind je een vragenlijst met een lijst van twintig filosofische vragen die een zeer gedetailleerd en abstract denkvermogen nodig hebben om beantwoord te worden. Observeer hoe de robots reageren en of hun antwoorden vergelijkbaar zijn met hoe jij zelf zou reageren. Ik garandeer je dat dit de meest organische communicatie met een robot is die je ooit hebt meegemaakt.’ 
Luid applaus echoot nogmaals door de zaal. Ik zie Li Yin trots een foto nemen van Jahid. De flitsfunctie doet zijn vermoeide gezicht oplichten. 


Na die laatste test in het robotlab, vlak voor de uiteindelijke opening van de tentoonstelling, zaten Jahid en ik samen op de grond in het lab. Rondom ons vulden vierentwintig voorovergebogen robots de kamer. Jahid dronk zelf niet, maar gaf me een Tsingtao en ik maakte een soort beweging in de lucht waardoor het leek alsof ik proostte met mezelf. De onderhandelingen met het museum zouden de dag daarna beginnen en ik herinner me nog goed wat we op dat moment voelden: een cocktail van hoop en mogelijkheden. Als het museum zou instemmen met het project was de toekomst van Jahids robotlab verzekerd.
Verschuild achter onze gedeelde euforie zag ik, in de manier waarop hij naar een van de robots staarde, hoe een hint van wanhoop op zijn gezicht verscheen.
 ‘Met alle slaappillen die ik slik vraag ik me af hoe menselijk ik zelf nog ben.’
Hij rekte zich uit terwijl hij het zei, zijn lange armen reikten tot ver boven zijn hoofd.
‘Denk je er ooit over na, nu robots ons niet alleen begrijpen maar ook slimmer zijn dan wij, hoe ze ons zien?’ vroeg ik.
‘Ik denk dat het onze taak als mens is om een betere versie van onszelf uit te vinden. Al is het enkel om de gebreken uit ons systeem te halen. Deze generatie robots ziet ons slechts als een oudere, primitievere versie van henzelf.’
Hij zuchtte diep.
‘Als niks meer dan een aap in pak,’ voegde hij eraan toe.

*Mogelijke abstracte vragen van de Turing Test, ontworpen door Alain Turing in 1950 om menselijke perceptie en cognitie in kunstmatige intelligentie te testen. Turing dacht destijds dat tegen het jaar 2000 de mens een AI zou hebben uitgevonden die de test zou halen en zich succesvol als mens voor zou kunnen doen. Echter is er tot nu toe nog geen enkele computer in geslaagd de test te doorstaan.

In de zaal kijken zo’n tachtig paar ogen naar Jahid, die nu ongemakkelijk in het midden van de ruimte de kreukels in zijn colbert probeert te fatsoeneren. Nadat Li Yin hem de microfoon aanreikt, tikt hij tweemaal zachtjes met zijn vinger om het geluid te testen, en fluistert vervolgens zachtjes iets onverstaanbaars tegen haar. Ze glimlacht en geeft hem een korte, aanmoedigende knik.
‘Hoe ons project een mogelijk antwoord heeft kunnen vinden voor Searles theorie is simpel,’ zegt Jahid terwijl hij zijn blik over de menigte in de zaal laat ronddwalen.
‘Ons lab heeft de focus verplaatst van het simpelweg maken van robots naar een perspectief waarin we proberen een nieuwe soort mens te creëren. Je kunt dus zeggen dat ons lab geen robot heeft gemaakt, maar een robot heeft laten opgroeien. Wanneer je een robot niet ziet als een puur stuk geheugen, maar als een mens met gevoelens, met ogen en handen en ruimte voor empathie, dan verandert ook de manier waarop je ze bestudeert. De robots van het DEUS-SEARLE-project bewegen als mensen, voelen als mensen en hebben een camera met ingebouwde gezichtsherkenning en een algoritme dat taal zo organisch mogelijk opslaat. Ze zijn zich bewust van hun eigen bestaan en bezitten ingebouwde persoonlijkheidskenmerken met algoritmes die zich natuurlijk ontwikkelen met iedere interactie die plaatsvindt. Maar het belangrijkste is: ze kunnen niet alleen zien en praten zoals wij dat doen, maar ook voelen en interpreteren zoals wij.’
Wanneer zijn ogen trots de zaal scannen voel ik dat ze mijn blik negeren.
 
‘Genoeg woorden voor nu. In de volgende ruimte staan tafels en stoelen met in totaal vierentwintig robots, met ieder een eigen naam en persoonlijkheid. Ik vraag jullie nu om de kamer binnen te gaan, plaats te nemen aan een tafel en om de tijd te nemen om de robot tegenover je te leren kennen. Iedere robot bevat een geïntegreerd algoritme dat zich perfect aanpast aan onze menselijke perceptie. Op elke tafel vind je een vragenlijst met een lijst van twintig filosofische vragen die een zeer gedetailleerd en abstract denkvermogen nodig hebben om beantwoord te worden. Observeer hoe de robots reageren en of hun antwoorden vergelijkbaar zijn met hoe jij zelf zou reageren. Ik garandeer je dat dit de meest organische communicatie met een robot is die je ooit hebt meegemaakt.’ 
Luid applaus echoot nogmaals door de zaal. Ik zie Li Yin trots een foto nemen van Jahid. De flitsfunctie doet zijn vermoeide gezicht oplichten. 


Na die laatste test in het robotlab, vlak voor de uiteindelijke opening van de tentoonstelling, zaten Jahid en ik samen op de grond in het lab. Rondom ons vulden vierentwintig voorovergebogen robots de kamer. Jahid dronk zelf niet, maar gaf me een Tsingtao en ik maakte een soort beweging in de lucht waardoor het leek alsof ik proostte met mezelf. De onderhandelingen met het museum zouden de dag daarna beginnen en ik herinner me nog goed wat we op dat moment voelden: een cocktail van hoop en mogelijkheden. Als het museum zou instemmen met het project was de toekomst van Jahids robotlab verzekerd.
Verschuild achter onze gedeelde euforie zag ik, in de manier waarop hij naar een van de robots staarde, hoe een hint van wanhoop op zijn gezicht verscheen.
 ‘Met alle slaappillen die ik slik vraag ik me af hoe menselijk ik zelf nog ben.’
Hij rekte zich uit terwijl hij het zei, zijn lange armen reikten tot ver boven zijn hoofd.
‘Denk je er ooit over na, nu robots ons niet alleen begrijpen maar ook slimmer zijn dan wij, hoe ze ons zien?’ vroeg ik.
‘Ik denk dat het onze taak als mens is om een betere versie van onszelf uit te vinden. Al is het enkel om de gebreken uit ons systeem te halen. Deze generatie robots ziet ons slechts als een oudere, primitievere versie van henzelf.’
Hij zuchtte diep.
‘Als niks meer dan een aap in pak,’ voegde hij eraan toe.

*Mogelijke abstracte vragen van de Turing Test, ontworpen door Alain Turing in 1950 om menselijke perceptie en cognitie in kunstmatige intelligentie te testen. Turing dacht destijds dat tegen het jaar 2000 de mens een AI zou hebben uitgevonden die de test zou halen en zich succesvol als mens voor zou kunnen doen. Echter is er tot nu toe nog geen enkele computer in geslaagd de test te doorstaan.

In de zaal kijken zo’n tachtig paar ogen naar Jahid, die nu ongemakkelijk in het midden van de ruimte de kreukels in zijn colbert probeert te fatsoeneren. Nadat Li Yin hem de microfoon aanreikt, tikt hij tweemaal zachtjes met zijn vinger om het geluid te testen, en fluistert vervolgens zachtjes iets onverstaanbaars tegen haar. Ze glimlacht en geeft hem een korte, aanmoedigende knik.
‘Hoe ons project een mogelijk antwoord heeft kunnen vinden voor Searles theorie is simpel,’ zegt Jahid terwijl hij zijn blik over de menigte in de zaal laat ronddwalen.
‘Ons lab heeft de focus verplaatst van het simpelweg maken van robots naar een perspectief waarin we proberen een nieuwe soort mens te creëren. Je kunt dus zeggen dat ons lab geen robot heeft gemaakt, maar een robot heeft laten opgroeien. Wanneer je een robot niet ziet als een puur stuk geheugen, maar als een mens met gevoelens, met ogen en handen en ruimte voor empathie, dan verandert ook de manier waarop je ze bestudeert. De robots van het DEUS-SEARLE-project bewegen als mensen, voelen als mensen en hebben een camera met ingebouwde gezichtsherkenning en een algoritme dat taal zo organisch mogelijk opslaat. Ze zijn zich bewust van hun eigen bestaan en bezitten ingebouwde persoonlijkheidskenmerken met algoritmes die zich natuurlijk ontwikkelen met iedere interactie die plaatsvindt. Maar het belangrijkste is: ze kunnen niet alleen zien en praten zoals wij dat doen, maar ook voelen en interpreteren zoals wij.’
Wanneer zijn ogen trots de zaal scannen voel ik dat ze mijn blik negeren.
 
‘Genoeg woorden voor nu. In de volgende ruimte staan tafels en stoelen met in totaal vierentwintig robots, met ieder een eigen naam en persoonlijkheid. Ik vraag jullie nu om de kamer binnen te gaan, plaats te nemen aan een tafel en om de tijd te nemen om de robot tegenover je te leren kennen. Iedere robot bevat een geïntegreerd algoritme dat zich perfect aanpast aan onze menselijke perceptie. Op elke tafel vind je een vragenlijst met een lijst van twintig filosofische vragen die een zeer gedetailleerd en abstract denkvermogen nodig hebben om beantwoord te worden. Observeer hoe de robots reageren en of hun antwoorden vergelijkbaar zijn met hoe jij zelf zou reageren. Ik garandeer je dat dit de meest organische communicatie met een robot is die je ooit hebt meegemaakt.’ 
Luid applaus echoot nogmaals door de zaal. Ik zie Li Yin trots een foto nemen van Jahid. De flitsfunctie doet zijn vermoeide gezicht oplichten. 


Na die laatste test in het robotlab, vlak voor de uiteindelijke opening van de tentoonstelling, zaten Jahid en ik samen op de grond in het lab. Rondom ons vulden vierentwintig voorovergebogen robots de kamer. Jahid dronk zelf niet, maar gaf me een Tsingtao en ik maakte een soort beweging in de lucht waardoor het leek alsof ik proostte met mezelf. De onderhandelingen met het museum zouden de dag daarna beginnen en ik herinner me nog goed wat we op dat moment voelden: een cocktail van hoop en mogelijkheden. Als het museum zou instemmen met het project was de toekomst van Jahids robotlab verzekerd.
Verschuild achter onze gedeelde euforie zag ik, in de manier waarop hij naar een van de robots staarde, hoe een hint van wanhoop op zijn gezicht verscheen.
 ‘Met alle slaappillen die ik slik vraag ik me af hoe menselijk ik zelf nog ben.’
Hij rekte zich uit terwijl hij het zei, zijn lange armen reikten tot ver boven zijn hoofd.
‘Denk je er ooit over na, nu robots ons niet alleen begrijpen maar ook slimmer zijn dan wij, hoe ze ons zien?’ vroeg ik.
‘Ik denk dat het onze taak als mens is om een betere versie van onszelf uit te vinden. Al is het enkel om de gebreken uit ons systeem te halen. Deze generatie robots ziet ons slechts als een oudere, primitievere versie van henzelf.’
Hij zuchtte diep.
‘Als niks meer dan een aap in pak,’ voegde hij eraan toe.

*Mogelijke abstracte vragen van de Turing Test, ontworpen door Alain Turing in 1950 om menselijke perceptie en cognitie in kunstmatige intelligentie te testen. Turing dacht destijds dat tegen het jaar 2000 de mens een AI zou hebben uitgevonden die de test zou halen en zich succesvol als mens voor zou kunnen doen. Echter is er tot nu toe nog geen enkele computer in geslaagd de test te doorstaan.

foto nicky runge

Nicky Runge

Nicky Runge

Nicky Runge

Nicky Runge

Nicky Runge (1992) studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en is promovenda aan de Universiteit van Hongkong. Ze doet onderzoek naar de relatie tussen taal, technologie en kunst en schrijft naast haar studie essays en korte verhalen. Ze woont op Lamma Island, een voertuigvrij eiland in het zuidwesten van Hongkong.
 

Nicky Runge (1992) studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en is promovenda aan de Universiteit van Hongkong. Ze doet onderzoek naar de relatie tussen taal, technologie en kunst en schrijft naast haar studie essays en korte verhalen. Ze woont op Lamma Island, een voertuigvrij eiland in het zuidwesten van Hongkong.

Nicky Runge (1992) studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en is promovenda aan de Universiteit van Hongkong. Ze doet onderzoek naar de relatie tussen taal, technologie en kunst en schrijft naast haar studie essays en korte verhalen. Ze woont op Lamma Island, een voertuigvrij eiland in het zuidwesten van Hongkong.

Nicky Runge (1992) studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en is promovenda aan de Universiteit van Hongkong. Ze doet onderzoek naar de relatie tussen taal, technologie en kunst en schrijft naast haar studie essays en korte verhalen. Ze woont op Lamma Island, een voertuigvrij eiland in het zuidwesten van Hongkong.

Nicky Runge (1992) studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en is promovenda aan de Universiteit van Hongkong. Ze doet onderzoek naar de relatie tussen taal, technologie en kunst en schrijft naast haar studie essays en korte verhalen. Ze woont op Lamma Island, een voertuigvrij eiland in het zuidwesten van Hongkong.

 

This literary magazine for Grounded SF from
the Netherlands and Flanders is published twice
a year by Lebowski Publishers.
© Lebowski Publishers  |  Amsterdam

For international rights please contact:
Oscar van GelderenTracy Fisher, Jill Gillett or Sylvie Rabineau

This literary magazine for Grounded SF from
the Netherlands and Flanders is published twice
a year by Lebowski Publishers.

© Lebowski Publishers  |  Amsterdam


For international rights please contact:
Oscar van GelderenTracy Fisher , Jill Gillet
or Sylvie Rabineau

This literary magazine for Grounded SF from the Netherlands and Flanders is published twice a year by Lebowski Publishers.

© Lebowski Publishers  |  Amsterdam



For international rights please contact: Oscar van GelderenTracy Fisher, Jill Gillet or Sylvie Rabineau

© 2019 Simone Atangana Bekono, Hanna Bervoets, Willem Bosch, Joost Devriesere, Rob van Essen, Jerry Goossens, Gina Hay, Bertram Koeleman, Roderick Leeuwenhart, Erik Nieuwenhuis, PJ Pancras, Joost Vandecasteele 

© TRANSLATIONS Anne Chadwick Wendrich, Jai van Essen,
Paul Evans, Antoinette Fawcett, Kristen Gehrman, Suzanne Jansen, Thijs van Nimwegen, Jonathan Reeder, Sarah Welling, Joni Zwart

© 2019 Simone Atangana Bekono, Hanna Bervoets, Willem Bosch, Joost Devriesere, Rob van Essen, Jerry Goossens, Gina Hay, Bertram Koeleman, Roderick Leeuwenhart, Erik Nieuwenhuis, PJ Pancras, Joost Vandecasteele

© TRANSLATIONS Anne Chadwick Wendrich, Jai van Essen, Paul Evans, Antoinette Fawcett, Kristen Gehrman, Suzanne Jansen, Thijs van Nimwegen, Jonathan Reeder, Sarah Welling, Joni Zwart

© 2019 Simone Atangana Bekono, Hanna Bervoets, Willem Bosch, Joost Devriesere, Rob van Essen, Jerry Goossens, Gina Hay, Bertram Koeleman, Roderick Leeuwenhart, Erik Nieuwenhuis, PJ Pancras, Joost Vandecasteele

© TRANSLATIONS Anne Chadwick Wendrich, Jai van Essen, Paul Evans, Antoinette Fawcett, Kristen Gehrman, Suzanne Jansen, Thijs van Nimwegen, Jonathan Reeder, Sarah Welling, Joni Zwart

© 2018 Simone Atangana Bekono, Hanna Bervoets, Willem Bosch, Joost Devriesere, Rob van Essen,
Jerry Goossens, Gina Hay, Bertram Koeleman, Roderick Leeuwenhart, Erik Nieuwenhuis, PJ Pancras,
Joost Vandecasteele


© TRANSLATIONS Anne Chadwick Wendrich, Jai van Essen, Paul Evans, Antoinette Fawcett,
Kristen Gehrman, Suzanne Jansen, Thijs van Nimwegen, Jonathan Reeder, Sarah Welling, Joni Zwart

© 2018 Simone Atangana Bekono, Hanna Bervoets, Willem Bosch, Joost Devriesere, Rob van Essen, Jerry Goossens, Gina Hay, Bertram Koeleman, Roderick Leeuwenhart, Erik Nieuwenhuis, PJ Pancras, Joost Vandecasteele

© TRANSLATIONS Anne Chadwick Wendrich,
Jai van Essen, Paul Evans, Antoinette Fawcett, Kristen Gehrman, Suzanne Jansen, Thijs van Nimwegen, Jonathan Reeder, Sarah Welling, Joni Zwart

EDITORS Oscar van Gelderen, 
Jasper Henderson, Maaike Pleging, Saskia Veen

DESIGN 
Bart Heideman  |  uncanny.design

EDITORS Oscar van Gelderen, 
Jasper Henderson, Maaike Pleging

DESIGN
 
Bart Heideman  |  uncanny.design

EDITORS 
Oscar van Gelderen, 
Jasper Henderson, 
Maaike Pleging

DESIGN 
Bart Heideman | uncanny.design

EDITORS 
Oscar van Gelderen, Jasper Henderson, Maaike Pleging

DESIGN 
Bart Heideman  |  uncanny.design

EDITORS 
Oscar van Gelderen, Jasper Henderson, Maaike Pleging

DESIGN 
Bart Heideman  |  uncanny.design